Kampioenschap

De selectie

Voor aanvang van het Zuid-Nederlands Buutkampioenschap hebben zich 8 Buutreedners volgens onderstaande procedure ingeschreven, deze gaan strijden wie de titel Zuid-Nederlands Buutkampioen van dat jaar achter zijn naam mag schrijven. Van de 8 geselecteerde Buutreedners komen er 4 uit Brabant en 4 uit Limburg, vandaar de naam Zuid-Nederlands Buutkampioenschap.

De eerste 2 geëindigde Buutreedners van het kampioenschap plaatsen zich automatische voor deelname aan het kampioenschap het jaar daarna, echter zijn zij dit niet verplicht hieraan deel te nemen, dit bepaalt de Buutreedner zelf of hij dat jaar een geschikte Buut hiervoor heeft.

Afhankelijk van hoeveel Brabanders of Limburgers er geselecteerd zijn wordt dit aangevuld tot we weer 4 Brabanders en 4 Limburgers hebben. Die aanvulling gaat als volgt te werk, er word gekeken naar de uitslag van zowel de Brabantse als de Limburgse Buutkampioenschappen. Als bijv. de nummer 1 van deze beide Buutkampioenschappen zich al geplaats heeft voor het Zuid-Nederlands Buutkampioenschap komen de andere buutreedners hiervoor in aanmerking als zij dit natuurlijk zelf ook willen om deel te nemen aan het Zuid-Nederlands Buutkampioenschap.

Hebben wij na deze procedure niet voldoende Buutreedners tot onze beschikking, omdat wat voor redenen ook een Buutreedner afziet van deelname gaan wij bestuur van de Stichting Carnavalsactiviteiten aan tafel, welke Buutreedner hiervoor het meeste in aanmerking kan komen. Niet elke Buutreedner wil bijvoorbeeld deelnemen aan het Brabants of Limburgs Buutkampioenschap ondanks dat hij een goed verhaal heeft, dan is de Buutreedner eigenlijk kansloos voor deelname aan het Zuid-Nederlands Buutkampioenschap. Vandaar dat na de uitslag van de nummers 1 t/m 4 van het Brabants en Limburgs Buutkampioenschap de keuze voor ons als bestuur vrij is om zo deze groep Buutreedners ook een kans te geven. Daarnaast is het bestuur vrij Buutreedners in de grensstreken te benaderen, zoals Gelderland.

Alle buutreedners die benaderd worden moeten wel aan een kampioenschap meegedaan hebben, die van hoog gehalte is.

Loting

De loting wordt uitgevoerd door juryleden en het bestuur. Ook de buutreedners mogen aanwezig zijn, maar zijn het niet verplicht. Er zal eerst een afzonderlijke loting volgen van 4 Limburgse en 4 Brabantse buutreedners. Dus er is een loting van 1 t/m 4 van de Limburgse buutreedners en 1/m 4 van de Brabantse buutreedners. Hierna zal geloot worden wie als eerste moet beginnen Brabant of Limburg. De wedstrijd krijgt dan een betere verdeling zodat de Brabantse en Limburgse buutreedners om en om optreden. Stel dat Limburg als eerste moet beginnen, dan verloopt de wedstrijd als het volgt. Buut 1 Limburg Buut 2 Brabant Buut 3 Limburg Buut 4 Brabant Buut 5 Limburg Buut 6 Brabant Buut 7 Limburg Buut 8 Brabant

Het jury rapport

1. Opkomst / Keuze van het type. ( max. 10 punten )

  • De deelnemer moet een goed type uitbeelden, liefst origineel of actueel. Hulpmiddelen hierbij zijn o.a. kostumering, grime en verdere uitrusting.
  • Hij moet altijd karikatuur zijn, persiflage, overdrijving. De buutreedner die een schoolmeester voorstelt, moet niet een figuur uitbeelden waarvan men zegt " een echte schoolmeester ".
  • Ook in de uitbeelding moet een buutreedner karikatuur zijn en persifleren, overdrijven. Dat behoort bij een echte buutreedner. Hij moet clown zijn.

2. Humoristische Inhoud ( max. 50 punten )

  • Een jurylid kan in 50 punten zijn persoonlijke waardering vastleggen voor de inhoud van de buut. Hij kan punten geven bij speciale hoogtepunten, reactie zaal voor geslaagde moppen, voor succesvolle mimiek, originele vondsten, enz. ten gerieve van de leden der jury kan dit gebeuren door streepjes te zetten in de 50
    hokjes op het jury - biljet. De juryleden moeten er wel rekening mee houden dat zij het aantal punten niet de 50 laten overschrijden.
  • De jury kan naar eigen persoonlijk inzicht ook strafpunten geven, die van het totaal worden afgetrokken onder dit nummer. Bijvoorbeeld, wanneer een buutreedner volgens een jurylid kwetsend of te aanstootgevend wordt.
  • Hij verandert dan een of meer streepjes in kruisjes die hij niet mee telt, dus aftrekt bij het totaal te behalen aantal van 50 punten.Het blok van maximaal 50 punten kan er dus als volgt uitzien:
  • Het laatste hokje moet afgsloten worden met een E., dat tevens als punt meegetelt wordt.

 

Dit betekent dat de buutreedner 23 punten heeft gekregen maar ook 3 strafpunten.In totaal behaalt hij op dit onderdeel dus 20 punten.

3. Opbouw en samenhang van de buut ( max. 20 punten )

Hierin beoordeeld het jurylid of de buut inhoudelijk een goede samenhang vertoont, goed opgebouwd is, met een stijging en een climax. Tevens moet de buutreedner bij zijn onderwerp blijven.

4. Voordracht ( max. 10 punten )

Tot besluit beoordeelt het jurylid verder nog de wijze van voordracht in het algemeen:

  • Was de buutreedner te verstaan?
  • Heeft hij zijn gekozen type goed volgehouden?
  • Het komt voor dat een buutreedner als stamelaar begint maar halverwege vergeet te stamelen.
  • Ook begint men wel eens goed als schoolkind, maar praat halverwege als een volwassen professor.

5. Tijd

Het optreden moet minimaal 11 minuten duren, en mag maximaal 14 minuten duren. Wij hebben drie lampen, groen, oranje en rood die door een tijdklok worden bediend. Groen gaat branden na het eerst geproken woord. Oranje gaat branden na 11 minuten. Oranje gaat bij 13 minuten 1 minuut knipperen, hierbij heeft men gelegenheid de buut af te maken. Rood gaat branden na 14 minuten. Na 14 minuten wordt er niet meer gejureerd.  Als de buutreedner hierna nog doorgaat, zal de voorzitter van de jury de bel gaan luiden. Dit zal hij herhalen totdat de buutreedner stopt.

Jurering

Elk jurylid beoordeeld op eigen wijze hetgeen er geboden wordt door de deelnemers.

Ieder jurylid moet dus ook de richtlijnen volgen zoals aangegeven in het reglement.

Dit neemt niet weg dat ieder jurylid weer geeft in het rapport zoals hij het waargenomen heeft en gewaardeerd.

Dus jurylid A kan mogelijk zijn waarneming anders waarderen dan jurylid B.

Maar wel binnen de regels van het reglement.

Het hoogste en het laagste toegekend aantal punten door de

jury worden niet meegerekend bij de bepaling van het totaal

aantal toegekende punten. Dit om excessen te voorkomen.

Bij gelijke plaatsen in de punten aantal behaald dan zijn de punten gegeven door de juryvoorzitter, bepalend voor de uitslag.